Kanaaleilanden
Kanaaleilanden - Voor de kust van Normandië liggen acht bewoonde eilanden in het kanaal tussen Frankrijk en Groot-Brittanië. Ze hangen af van Groot-Brittanië, maar hebben een grote mate van zelfbestuur. Naast het officiële Engels wordt er ook Frans gesproken, en op het platteland vooral een normandisch dialect, dat momenteel druk gedocumenteerd wordt om het te behoeden voor de teloorgang. Het is een taal met een levendige folklore, compleet met anecdotes over feeëngrotten, zingende stenen, en betoverde boeken. De eilanden bestaan uit twee 'gouwen', of 'Bailiwicks'. Jersey, het grootste eiland, is dus autonoom, en administratief niet verbonden met de andere 'gouw' Guernsey. Sark en Alderney zijn ingedeeld bij Guernsey, net zoals de kleinere eilanden Herm, Jethou, Lihou, en Brecqou. Dankzij de zeestroming genieten de eilanden een gematigder klimaat dan het engels vasteland, en vooral Jersey, met zijn zuidelijke ligging en wijdse stranden, ligt goed in de markt bij toeristen. Het heeft een luchthaven, met verbindingen van ongeveer een uur naar Londen en Parijs, en vluchten naar andere europese bestemmingen. Sark is het rustigste van al de kanaaleilanden. Zonder landinsbaan, asfaltwegen of zelfs auto's, lijkt de tijd er stil te staan. Op Alderney groeit een fenomenaal aantal verschillende wilde bloemen, waarvan er velen op de lijst staan van bedreigde plantensoorten, en die van het eiland een paradijs maken voor botanisten.
De financiële dienstverlenig maakt meer dan de helft uit van de economie op de kanaaleilanden. Toerisme en landbouw volgen op de tweede en derde plaats. De melkkoeien van Jersey zijn wereldbefaamd, en zuivel wordt massaal uitgevoerd naar Groot-Brittanië en andere landen van de Europese unie. Jersey en Guernsey kweken beide tomaten en snijbloemen, hoofdzakelijk voor de Britse markt. De kanaaleilanden maken geen deel uit van de Europese unie. Bij de toetreding van Groot-Brittanië, werden de kanaaleilanden uitgesloten van de meeste overeenkomsten, behalve betreffende het goederenverkeer. Eind 1998 werd op Guernsey de beurs van de kanaaleilanden opgericht, die vooral handelt in gespecialiseerde beleggingsfondsen, en zeer succesvol is gebleken. De aandelen vertegenwoordigen een marktwaarde die naar de 20 miljard dollar gaat. Gezien de hoog ontwikkelde beroepsmarkt en de beperkte ruimte, bieden de kanaaleilanden geen aanmoedigingen voor binnenlandse investeerders. Er heerst nauwelijks werkloosheid. Het BNP van Guernsey is verdriedubbeld sinds 1965, en bijna een derde van de 500 grootste Europese bedrijven maken gebruik van de financiële infrastructuur op Jersey. Het per kapita inkomen op de kanaaleilanden is bijna even hoog als in Groot-Brittanië, maar de import weegt op het budget.
Burgers van de Europese unie hebben vrije doorgang in de kanaaleilanden. Een werkvergunning voor enkele jaren wordt enkel afgeleverd als er geen plaatselijke kandidaten zijn voor de betrekking, en zich vestigen op de kanaaleilanden is geen sinecure. Permanent verblijf is in principe enkel mogelijk na aanschaf van een woning, en de toestemming daarvoor wordt meestal slechts verleend aan kapitaalkrachtige inwijkelingen, die voor een luxewoning flink wat plaatselijke belasting betalen. Voor de aankoop van een handelspand daarentegen wordt veel sneller toestemming gegeven.
Iemand die in Guernsey verblijft betaalt 20 % belastingen op zijn wereldwijd inkomen. Wie er niet verblijft betaalt enkel belasting op plaatselijke inkomsten. Verblijf wordt gedefinieerd als :
- meer dan 181 dagen per jaar in Guernsey doorbrengen
- meer dan 90 dagen per jaar een wonig ter beschikking hebben in Guernsey
- meer dan 364 dagen doorbrengen in Guernsey tijdens een periode van vier jaar
Op Jersey zijn de regels grotendeels gelijkaardig, met dat verschil dat iemand die er over een verblijfplaats beschikt, en Jersey bezocht heeft tijdens het voorbije fiscale jaar, ook belast wordt op buitenlandse inkomsten die Jersey bereiken.
Er is geen BTW op de kanaaleilanden, geen valutacontrole en ook geen roerende voorheffing. De belangrijkste belasting is een inkomstenbelasting van 20 %, die hetzelfde is voor personen of bedrijven. Ook op dividenden en royalties wordt 20 % belasting betaald. Op Jersey betaalt men een lichte zegeltaks op de verkoop van vastgoed, maar in Guernsey is die afgeschaft. Daar betaalt men dan weer wel vastgoedbelasting op verhuurwoningen, en dit om speculatie tegen te gaan.
In 2002 kondigden zowel Jersey als Guernsney ingrijpende belastinghervormingen aan. De hervorming werd nodig bevonden om een concurrentiële positie te behouden, en nu de belasting in Ierland 12, % bedraagt en de Isle of Man vanaf 5 april 2006 bedrijfsbelasting volledig afschaft, lijkt een aanpassing inderdaad aangewezen. Met ingang van het aanslagjaar 2008 zal de zogenaamde nul-tien schaal gelden. Dit betekent dat inkomsten niet meer belast zullen worden, behalve voor financiële instellingen, die nog 10 % zullen betalen.
'Offshore' vennootschapsvormen in Guernsey
Exempt Private Company (Category D bodies)
- de voordeelhebbenden moeten bekend gemaakt worden bij de overheid
- aandeelhouders mogen niet in Guernsey verblijven
- behalve de jaarlijkse premies van in totaal 700 pond, niet belast
- 20 % belasting op alle plaatselijk inkomen, behalve intrest op bankrekeningen
Exempt Investment Schemes (Category A, B or C bodies)
- jaarlijkse premie van 600 pond
- betaalt geen belasting
- geen vastgoed of beleggingen in Guernsey
- minstens één inwoner van Guernsey in dienst
- dividenden aan buitenlanders onbelast
Exempt Insurance Companies (Category E bodies)
- vrijgesteld van belastingen
- wel 20 % belasting op alle plaatselijk inkomen, behalve intrest op bankrekeningen
- jaarlijkse premies van in totaal 3.880 pond
- de premies van 'protected cell companies' bedragen maar 1.600 pond
- jaarlijkse vrijstelling enkel vernieuwd als eventuele belastingen van het voorgaande jaar betaald zijn
- aandeelhouders mogen niet in Guernsey verblijven
International Company
- belastingtarief op buitenlandse inkomsten wordt onderhandeld, en bedraagt meestal 2 %
- bedoeld om bedrijven te helpen voldoen aan fiscale minimumvoorwaarden in het buitenland
- moet een belastbare aanwezigheid hebben In Guernsey
- uitgebreide informatie is vereist voor goedkeuring
- geldt niet voor banken
- vergunning geldt voor vijf jaar, en is verlengbaar
- veel gebruikt vehikel voor investeringsbedrijven
- mag geen zaken doen met inwoners van Guernsey, behalve een andere 'International Company'
- moet geheel in buitenlandse handen zijn
Filiaal
Een filiaal van een buitenlands bedrijf dat geen handel drijft in Guernsey, hoeft geen informatie te verschaffen of ingeschreven te zijn. Activiteiten in dienst van een buitenlands bedrijf worden niet belast, tenzij het om beheer gaat. Een filiaal in Guernsey kan dus fiscaal interessant zijn om administratieve of interne functies te vervullen.
'Offshore' vennootschapsvormen in Jersey
Foreign Partnerships
Als het beheer in het buitenland gevoerd word, wordt een 'partnership' ook als buitenlands beschouwd (het woord 'offshore' komt niet voor in de wetgeving), zelfs als sommige partners inwoner zijn van Jersey. Het blijft dan onbelast, behalve op eventuele inkomsten in Jersey, waarop dan bedrijfsbelasting wordt aangerekend aan de plaatselijke partners.
Exempt Private Company
- jaarlijkse premie van 600 pond in plaats van belastingen (op buitenlandse inkomsten)
- kan niet vrijgesteld worden als de belastingen van vorige jaren niet betaald werden
- plaatselijke winsten 30 % belast in plaats van de gebruikelijke 20 %
- intresten op Jersey bankrekeningen worden beschouwd als 'buitenlandse' inkomsten
- inwoners van Jersey kunner er geen aandelen in bezitten
- inwoners van Jersey kunnen wel aandelen bezitten in een bedrijf dat er zelf aandelen in heeft
- inwoners van Jersey kunnen ook aandelen bezitten in een 'exempt' beleggingsfonds
- de begunstigden moeten gekend zijn
Intenational Business Company
- inwoners van Jersey mogen geen aandelen bezitten
- (buitenlandse) winst tot 3 miljoen pond wordt 2 % belast, het volgende anderhalf miljoen 1.5 %
- (buitenlandse) winst boven de 4.5 miljoen pond wordt 1 % belast, en boven de 10 miljoen 0.5 %
- deze belastingschaal kan anders onderhandeld worden (zogenaamde 'designer' tax)
- eventuele plaatselijke winsten worden 30 % belast in plaats van de gebruikelijke 20 %
- een belastingvoorschot van 1.200 pond moet de jaarlijkse inschrijving vergezellen
- de begunstigden moeten gekend zijn, maar die informatie is niet publiekelijk toegankelijk
De 'designer tax' werd in 1998 op Jersey in de wet ingeschreven, maar twee jaar lang tegengehouden door het Verenigd Koninkrijk, dat zijn eigen wetgeving aanpaste om het mechanisme onbruikbaar te maken voor britse burgers. Ondertussen hebben ook andere landen er tegen geprotesteerd, en Jersey beloofde vanaf 2006 geen nieuwe 'International Business Companies' toe te laten.
Sark
Sark is al jaren gekend voor brievenbus-firma's. Het oude regime kreeg daarbij heel wat kritiek, omdat er op Sark geen bedrijfsrecht bestond, en geen instantie voor het superviseren van financiële dienstverlening. Geschat wordt dat ongeveer een kwart van de bevolking bijverdiende als nominele 'directeur', 'secretaris' of 'aandeelhouder'. Enkele families verdienden jaarlijks een klein fortuin aan dergelijke activiteiten. Sindsdien is er nieuwe wetgeving voor handen, en voor een kleine 300 pond kan men op Sark nog steeds een brievenbus-firma oprichten. De klant moet wel gekend zijn, maar als de oprichter van de brievenbus-firma een erkend beroepspersoon is, wordt de identiteit van de begunstigden meestal op goed vertrouwen aangenomen.
Trustregime
Toen andere gebieden de trust nog moesten ontdekken, was trustbeheer al jaren de financiele bezigheid bij uitstek op de kanaaleilanden. Die lange ervaring kwam vooral rijke britten ten goede, maar verscherpte fiscale wetgeving in Groot-Brittanië heeft het zwaartepunt verlegd naar het buitenland. Een vergunning is sinds enkele jaren verplicht om aan trustbeheer te doen, en sinds 2005 ook een bewijs van volledige beroepsmatigheid. Er werden trouwens boekhoudkundige beveiligingen ingebouwd, en geld van klanten moet gescheiden blijven van andere tegoeden van een trust. Honderden bedrijven op de kanaaleilanden doen aan trustbeheer, en verschaffen werk aan meer dan 2.000 mensen. Zonder belegginsfondsen mee te rekenen, vertegenwoordigen trusts er een waarde van meer dan 150 miljard pond. Ook veel beleggingsfondsen nemen de vorm aan van een trust, en sinds Jersey in 1996 de doelgerichte trust invoerde, telt hun kliënteel meer en meer bedrijven. In die laatste groep neemt ook de hoeveelheid rechtszaken toe. Het laatste beroep ligt bij de privy council in Londen. Besef wel als u voor een trust op de Kanaaleilanden kiest, u die trust, of zeker uw erfgenamen niet zomaar ongedaan kunnen maken. Volgens Angelsaksische correctheid zal men rigide optreden tegen zij die er zomaar even vlug weer een einde aan willen maken, dit is tegen de ziel van de trust in en dat zal u geweten hebben.
Een trust met buitenlandse begunstigden :
- hoeft niet te worden geregistreerd
- betaalt geen belastingen als de begunstigden niet in de kanaaleilanden verblijven
- is beschermd tegen burgerlijke aansprakelijkheid en andere uitspraken van buitenlandse rechtbanken
- moet een boekhouding hebben, maar die hoeft niet te worden voorgelegd
- wordt niet belast op intresten van bankrekeningen in de kanaaleilanden
- wordt in het engels opgesteld
De trustwetgeving van Guernsey is hoofdzakelijk gebaseerd op het engels recht, maar verraadt ook normandische wortels, en werd gemoderniseerd in 1989. De wetgeving geldt niet op Alderney of Sark, maar heeft er wel invloed uitgeoefend. In 1998 lichtte de britse regering de financiele dienstverlening door op Isle of Man en de kanaaleilanden. Het resulterende 'Edwards-rapport' was vol lof over de eilanden, maar opperde ook suggesties om de kwaliteit nog te verbeteren. Eén van de aanbevelingen van het rapport was dat trustees verplicht zouden moeten worden om de begunstigden van een trust op de hoogte te houden van alle elevante informatie. Het rapport had het ook over de wenselijkheid dat trustees hun privilege tegen zelfbeschuldiging zouden opgeven.
Financiële sector
De meer dan honderd banken op de kanaaleilanden beheren samen iets meer dan 250 miljard pond. Twee derden daarvan zijn in buitenlandse valuta, voornamelijk dollar en euro, en beleggingsfondsen vertegenwoordigen een bijkomende 200 miljard pond. De tien grootste banken van zowel de Verenigde Staten als het Verenigd Koninkrijk hebben een filiaal op Jersey, alsook de grootste banken van een aantal andere landen. De voorbije jaren zijn een aantal banken van het toneel verdwenen, maar vooral tengevolge van overnames en samensmeltingen, en niet omwille van een verminderde belangstelling. De Europese richtlijn op de belasting van spaargelden heeft tot dusver geen negatieve gevolgen gehad voor de deposito's, en bijvoorbeeld de stortingen in Zwitsere frank namen toe. Er wordt strikt toegezien op de anti-witwas wetgeving, en in 2003 verklaarde het Internationaal Munt Fonds dat Guernsey in alle opzichten voldeed aan de hoogste normen betreffende financiële dienstverlening. In 2004 richtten zowel Guernsey als Jersey hun aandacht op hedge funds. Jersey creëerde een 'expert fund' regime, dat bijzonder geschikt is voor 'hedge funds', en vooral bedoeld is voor de geroutineerde belegger, met ruimte voor een zeker risico. Om minder ervaren beleggers te beschermen werden strenge normen voorzien betreffende het aanbieden van deze nieuwe fondsen. Guernsey versoepelde, om 'hedge funds' aan te trekken, een aantal regels, zoals bijvoorbeeld het niet langer verplicht stellen van een plaatselijke verantwoordelijke handelaar. Guernsey huist ook de grootste 'offshore'-verzekeringssector van Europa. Er zijn meer dan 600 verzekeringsmaatschapijen gevestigd, met een gezamelijk kapitaal van meer dan 12 milard pond.
Internethandel
De onderzeese glasvezelverbinding tussen Guernsey en Jersey werd onlangs nog aangepast door hun respectievelijke telecommunicatiebedrijven, en kan nu twee keer zoveel data aan. De kost was aanzienlijk en werd gedeeld door de beide bedrijven. Met de modernisering kunnen de kanaaleilanden voldoen aan de stijgende vraag naar internetverbinding voor handelsdoeleinden. Jersey heeft via Frankrijk ook een eigen verbinding naar het Europese vasteland, en investeert gespreid over enkele jaren bijna 80 miljoen pond in telecommunicatie. Guernsey daarentegen verkoos de telecommunicatie te privatiseren. Nadat een ernstige kandidaat-overnemer voor het overheidsbedrijf uitbleef, vond Guernsey wel een partner bereid om een meerderheidsparticipatie te nemen. Ironisch genoeg gaat het daarbij om dezelfde Britse maatschapij die in vele anderebelastingparadijzen een monopolie bewaart. In ieder geval zijn de kanaaleilanden vastbesloten om van hun territorium een centrum te maken voor internethandel.
Alderney heeft zich al vast toegelegd op de lucratieve markt van het internetgokken, en levert sinds 1999 vergunningen af. Gewiekste uitbaters komen steeds met nieuwe speelformules op de proppen, en de inkomsten voor Alderney nemen ieder jaar toe. Een vergunning is drie jaar geldig, en kost jaarlijks 75.000 pond. Internetverbinding is in de kanaaleilanden goedkoper dan op Isle of Man.
Dubbelbelastingverdragen
Jersey noch Guernsey sluiten in principe dubbelbelastingverdragen af. Ze hebben er echter wel één met elkaar en met het Verenigd Koninkrijk. Jersey heeft ook een beperkte overeenkomst met Frankrijk, die bepaalt dat winsten op transport niet opnieuw belast worden in het andere land. Deze voorziening komt ook voor in het verdrag met het Verenigd Koninkrijk, dat echter niet de gebruikelijk vorm heeft van een dubbelbelastingverdrag. Dividenden en intresten op leningen bijvoorbeeld vallen niet onder de bepalingen van het verdrag. Als deelgebied van het Verenigd Koninkrijk geldt sinds de zomer van 2005 ook op de kanaaleilanden de Europese richtlijn betreffende de belasting op spaargelden, en een voorheffing van 15 % wordt toegepast. De richtlijn geldt ook voor Europese landen die geen deel uitmaken van de europese unie, zoals Zwitserland, Monaco, Andorra en Liechtenstein.
Guernsey sloot juridische samenwerkingsverdragen met Malta, Hong Kong en de Verenigde Staten. Het verdrag met de Verenigde Staten voorziet ook in de uitwisseling van informatie bij specifieke gevallen van belastingontduiking. Jersey sloot een samenwerkingsverdrag met Bahrein, dat hun vergunningen voor financiële instellingen moet stroomlijnen, en onderzoek naar ongeregeldheden vergemakkelijken. Jersey bereikte verder nog een akkoord met 'the International Organisation of Securities Commissions'. De meer dan twintig landen die het akkoord al ondertekend hebben, beloven elkaar bij te staan in de strijd tegen oneigenlijk gebruik van waardepapieren en afgeleide financiele producten. Jersey oogste veel lof omdat het één van de eerste belastingparadijzen was dat de overeenkomst tekende. De internationale reputatie van Jersey is dan ook uitmuntend.