British Virgin Islands

British Virgin Islands - De Virgin Eilanden liggen tussen Puerto Rico en Anguila. De warmte en vochtigheid van het subtropisch klimaat worden getemperd door passaatwinden. De westelijke eilanden werden in de 17e eeuw ingenomen door een Deense companie, en in de 20ste eeuw vormden ze door hun strategische positie een mogelijke bedreiging voor het Panama-kanaal. Bevreesd voor Duitse onderzeeboten kochten de Verenigde Staten in 1917 de eilanden van Denemarken voor 25 miljoen dollar. Het Britse gebied ligt ten oosten van het Amerikaanse. Meer dan 96 % van de bevolking woont er op de twee grootste eilanden. De 14 overige bewoonde eilanden huizen samen niet meer dan 600 mensen, en dan zijn er nog meer dan twintig onbewoonde eilanden. Spanish Town was vroeger het administratief centrum, maar nu is Road Town, dat op het grootste eiland Tortola ligt, de hoofdstad. De internationale luchthaven vliegt vooral op Puerto Rico, en vandaar uit verder naar andere bestemmingen. Naast de officiele taal Engels wordt er ook Spaans gesproken, Papiamento, en creools Engels, dat volledig onbegrijpelijk is voor normaal Engelstaligen. De Britse Virgin Eilanden was ook een van de laatste plaatsen waar creools Nederlands werd gesproken, maar de laatste inwoner die deze zeldzame taal machtig was, stierf in 1987.
Om grond te kopen of huren op de Britse Virgin Eilanden is een vergunning nodig. De aanvraag ervoor dient vergezeld te zijn van financiele documentatie, een bewijs van goed gedrag, en betaling van de bijhorende premie. Vergunningen worden afgeleverd met de bedoeling dat de eigendom in kwestie de daarop volgende twee a drie jaar ontwikkeld of verfraaid wordt. Vanaf 2003 worden jaarlijks nog maar 25 permanente verblijfsvergunningen uitgereikt. Personen die langer dan 90 dagen per jaar afwezig zijn van de eilanden, komen niet in aanmerking. Immigratie staat de laatste jaren zowiezo ter vraag, en er werd onder andere voorgesteld om werkvergunnigen te beperken tot vijf jaar. De zakengemeenschap was echter gekant tegen het voorstel. Iedereen die langer dan zes maanden per jaar op de eilanden verblijft, wordt er normaal belast. Invoerheffingen op de vele geimporteerde goederen gaan van 5% tot 20 %. Als de eilanden deel gaan uitmaken van een eengemaakte caraibische markt zullen de meeste van deze inkomsten verloren gaan, en zal de regering om het verlies op te vangen mogelijk een vorm van BTW invoeren.
Grondbelasting is miniem voor staatsburgers, en maar liefst 15 maal duurder voor buitenlanders. Huizen echter worden voor beiden belast aan 1,5 % van de geschatte waarde. Inkomstenbelasting bedroeg 20 % voor de hoogste schijf (jaarlijks inkomen van meer dan 22.500 $ ) maar is sinds begin 2005 vervangen door een algemene loontaks van 14 %, waarvan 8 % door de werknemer en 6 % door de werkgever betaald wordt. De eerste 7.500 dollar zijn echter vrijgesteld, en kleinere bedrijfjes betalen slechts 2 %. Als Brits gebied volgen de eilanden de europese richtlijn betreffende de belasting op spaargelden, en heffen sinds de zomer van 2005 een taks van 15 % op de intresten ervan. De richtlijn geldt echter niet voor bedrijven, en incorporatie lijkt dan ook geen slecht idee.
vennootschapsvormen
De wetgeving voor IBC's op de Britse Virgin Eilanden was baanbrekend, en werd door vele andere gebieden overgenomen. De eilanden zijn de absolute wereldleider op het gebied van de 'International Business Company'. Het zijn er met name meer dan een half miljoen. Voor elke inwoner telt het gebied meer dan 20 bedrijven.
Toen de Verenigde Staten zich in 1988 opmaakte om Panama binnen te vallen en Noriega ten val te brengen, verhuisden heel wat offshore bedrijven van Panama naar de Britse Virgin Eilanden. Ook klanten uit Hong Kong en Zuid-Amerika vormen een belangrijk aandeel van de offshore industrie.
Onder internationale druk beeindigd de regering stapsgewijs de aandelen aan toonder. Bedrijven die werden opgericht voor 2005, krijgen tot eind 2010 de tijd om aandelen aan toonder te registreren. Deze maatregel is bedoeld om witwas praktijken tegen te gaan. De Britse Virgin Eilanden komen hiermee in belangrijke mate tegemoet aan de aanbevelingen van de internationale gemeenschap. Wel komt hiermee een einde aan de verregaande discretie waarmee het oprichten van een bedrijf op de eilanden gepaard ging. De toekomst zal moeten uitwijzen of dit gevolgen heeft voor het aantal nieuwe IBC's dat wordt opgericht.
- geen minimum kapitaal
- geen boekhouding is vereist
- slechts een directeur en een aandeelhouder zijn vereist
- geen van beide dient te verblijven in de Virgin Eilanden
- aandeelhoudersvergaderingen mogen per telefoon
- de stichtingsakte is het enige openbaar document
- mogen geen zaken doen op de virgin eilanden
- mogen wel aandelen houden van plaatselijke bedijven
- mogen plaatselijke bankrekening(en) hebben
- mogen plaatselijk vakmensen inhuren voor hun beheer
- mogen geen bedrijven beheren op de eilanden
- mogen geen onroerend goed bezitten op de eilanden
- bankieren, verzekeren, of trustbeheer kan enkel met een vergunning
- vrij van belastingen
De jaarlijkse premie bedraagt 300 $ als het kapitaal minder bedraagt dan 50.000 $, en 1.000 $ als het kapitaal meer dan dat bedraagt. De oprichting kan in een dag gebeuren, behalve voor banken, trustmaatschapijen of verzekeraars.
De wetgeving voor 'partnerships' is bijna identiek aan de britse, maar de 'limited partnership' is gebaseerd op de wetgeving van de Amerikaanse staat Delaware.
De jaarlijkse premie bedraagt 500 $. Een 'limited partnership' geen zaken doet op de eilanden, is vrijgesteld van belasting. De regels voor een 'limited partnership' zijn eigenlijk heel gelijkaardig aan die van een IBC, maar de 'partnership' vorm is bijzonder geschikt voor een investeringsfonds. De algemene partners zijn verantwoordelijk voor het beheer, en zijn onbeperkt aansprakelijk, terwijl de aansprakelijkheid van de 'limited' partners beperkt is tot het ingebrachte kapitaal, en hun identiteit geheim kan blijven. Een algemene partner kan ook tegelijkertijd een 'limited' partner zijn.
Trustregime
Trustbeheer is al decennia een gespecialiseerde bezigheid in de Britse Virgin Eilanden, en de nieuwe wetgeving heeft de trust geschikt gemaakt voor een wereldwijd clienteel. Het trustregime op de Virgin Eilanden is met ander woorden behoorlijk soepel. Gebaseerd op het Engels recht, is de wetgeving terzake al enkele keren aangepast, en werd nog grondig gemoderniseerd 2004. Reeds bestaande trust uit een ander gebied kunnen naar de eilanden verhuizen.
Een trust is vrij van belastingen als de begunstigden noch de stichter verblijven op de Virgin Eilanden, er geen land bezitten, en er geen zaken doen. Er is een zegeltaks van 100 $. Een trust hoeft echter niet te worden geregistreerd, en geen boekhouding moet worden voorgelegd. De trust heeft een maximum looptijd van honderd jaar, en is beschermd tegen buitenlandse burgerlijke aansprakelijkheid. De 'doelgerichte trust' werd ingevoerd. Een 'beschermer' kan worden aangesteld voor een trust, en deze overziet de trustees. Als de trust aandelen houdt in een 'International Business Company ', kan er gestipuleerd worden dat de trustee geen enkele verantwoordelijkheid krijgt in het beheer van die IBC.
Onder deze nieuwe regeling, wordt het de plicht van de trustee de betreffende aandelen in de trust te houden, en deze plicht krijgt voorrang op de traditionele rol van een trustee, die erin bestaat de waarde van de trust te bewaren of te vermeerderen. Op die manier wordt de trust meer geschikt voor zakelijke doeleinden, en als dat de bedoeling is van de stichter, kan hij nog clausules voorzien die de trust betrouwbaarder maken voor schuldeisers. Ook het regime van oudere trusts kan in deze zin aangepast worden. De nieuwe regels werden opgesteld door gespecialiseerde juristen, die daarbij rekening hielden met ervaringen uit de praktijk, en wetgeving uit andere gebieden. Als de begunstigden of de beheerders niet op de eilanden verblijven kan de stichter indien gewenst trouwens een andere wetgeving dan die van de eilanden kiezen om de trust te regeren. Een omvangrijk kader van vakmensen staat ter beschikking om buitenlandse stichters van een trust te begeleiden. Trustmaatschapijen moeten over een vergunning beschikken, en worden gevolgd door een gespecialiseerde overheidsdienst. De eilanden nemen hun reputatie ter harte.
Financiele sector
De Britse Virgin Eilanden hebben de voorbije twintig jaar een groot aantal belegginsfondsen en verzekeringsmaatschapijen aangetrokken. Banken daarentegen zijn eerder ondervertegenwoordigd. De strijd tegen witwas is altijd een prioriteit geweest voor de eilanden, en de banksector is bewust klein, en dus beter controleerbaar, gehouden.
Dit principe werd echter minder ver doorgedreven dan op Bermuda, in die zin dat een aantal gereputeerde buitenlandse banken zich toch op de Virgin Eilanden hebben kunnen vestigen. Vanuit de zakenwereld is er trouwens vraag om meer banken toe te laten. In 1995 liet een aanpassing van de bankwet toe om buitenlandse instanties bij te staan in de strijd tegen de misdaad. Hun informatie moet echter concreet en geloofwaardig zijn om het vrijgeven van financiele gegevens te rechtvaardigen. Een onafhankelijk orgaan overziet zowel trusts, offshore bedrijven als ook de banksector, en werd in het leven geroepen nadat KPMG in 2000 een rapport publiceerde met daarin de criteria voor een goed georganiseerd financieel centrum.
In het midden van de jaren negentig haalde de Britse Virgin Eilanden de grove borstel door hun verzekeringssector. Van de paar duizend offshore verzekeringsmaatschapijen die de eilanden rijk waren, bestond een groot deel uit lege structuren zonder echte kapitalisatie, en sommigen werden gebruikt voor witwasoperaties en andere twijfelachtige transacties. Nadat nieuwe wetten van kracht werden om hier paal en perk aan te stellen, bleven nog een hondertwintigtal echte verzekeringsmaatschapijen over. De maatregel kostte de overheid flink wat inkomsten, maar toonde ook aan dat de Britse Virgin Eilanden hun reputatie ernstig nemen. Ondertussen is de offshore verzekeringssector trouwens al weer verdriedubbeld in omvang, en deze evolutie lijkt zich door te zetten. Gezondheidszorg en de bouw zijn twee sectoren die massaal op de eilanden verzekerd worden. Ook levensverzekeringen zijn een actieve sector. Verschillende moderne formules voor verzekeren zijn gangbaar, en met een minstens even goede wetgeving zijn de Britse Virgin Eilanden een stuk goedkoper dan Bermuda. 'Segregated Portfolio Companies' of 'Protected Cell Companies' zijn mogelijk mits goedgekeurd door de overheid.
Meer dan 3.000 beleggingsfondsen zijn gevestigd op de Britse Virgin Eilanden, en beheren samen meer dan 100 miljard dollar. Er zijn private fondsen, met niet meer dan 50 inschrijvers, openbare fondsen, en professionele fondsen voor beleggers met een vermogen van minstens een miljoen dollar.Beleggingsfondsen kunnen de vorm aannemen van een 'limited partnership', een gespecialiseerde trust, of een 'International Business Company'. Een buitenlands beheerder van een fonds wordt goedgekeurd door de Britse Virgin Eilanden als die afkomstig is uit een van een twintigtal landen die betrouwbaar worden geacht. De lijst omvat, naast de Britse Virgin Eilanden zelf, onder andere de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Isle of Man, Frankrijk, Belgie, Nederland, en Hong Kong. Honderden bedrijven doen aan fondsbeheer op de eilanden zelf.
Internethandel
De Britse Virgin Eilanden vervullen niet meteen een voortrekkersrol op het gebied van internethandel, maar alhoewel het niet de eerste prioriteit is, hebben ze wel ambities in die richting. Telecommunicatie wordt er exclusief verzorgd door dezelfde maatschapij die ook in veel andere caraibische landen als belangrijkste of als enige maatschapij aanwezig is. Met het oog op de ontwikkeling van internethandel, heeft de overheid de nood aan hoogwaardige telecommunicatie echter opnieuw bekeken, en opdat niets de ontwikkeling van de internet sector zou in de weg staan, werd besloten het bewuste monopolie niet te verlengen wanneer het afloopt in 2007. Beide partijen voeren echter een vruchtbaar gesprek betreffende de vlotte overgang naar een vrije telecommunicatiemarkt.
Dubbelbelastingverdragen
De Britse Virgin Eilanden hebben dubbelbelastingverdragen met Japan, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. De verdragen gelden echter alleen voor de plaatselijke bedrijven, en aangezien de overgrote meerderheid van de bedrijven 'offshore' zijn, is er weinig gelegenheid voor internationale beleggers om hun voordeel te doen met deze belastingverdragen. Er bestaat een juridisch samenwerkingsverdrag met de Verenigde Staten. Onder druk van de 'Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling' kondigden de Britse Virgin Eilanden in juni 2000 aan dat, alhoewel het ter plaatse geen misdrijf was, ze in de toekomst toch zouden meewerken bij onderzoek naar belastingontduiking. De eilanden hielden wel een slag achter de hand met de afspraak dat de beloofde samenwerking afhankelijk zou blijven van hun concurrentiele positie ten opzichte van andere belastingparadijzen. Dit wekt de indruk dat mogelijk vooral lippendienst wordt bewezen aan het principe van openheid, en dat in de praktijk het bankgeheim grotendeels beschermd blijft door pure inertie. Daarentegen werd in 2004 wel een instantie in het leven geroepen om financiele fraude te bestrijden en aldus de reputatie van de eilanden te beschermen.
Vooral interessant voor :
Wat betreft de 'International Businees Company' zijn de Britse Virgin Eilanden het toonaangevende gebied bij uitstek, met bovendien een uitstekende prijs/kwaliteit verhouding. De aangeboden diensten zijn er even vakkunding als bijvoorbeeld op de Bahama's, maar een stuk goedkoper, en de betrouwbaarheid is zo mogelijk nog solider. De geheimhouding daarentegen heeft de laatste jaren wel wat veren gelaten. Gezien de zorg die de eilanden besteden aan hun internationale reputatie zou deze trend zich nog kunnen voortzetten. De Britse Virgin Eilanden zijn daarom vooral interessant voor investeerders die een eerlijk verdiend vermogen zo deskundig en zo vrij mogelijk willen beheren.